Preek 32e zondag, door het jaar A, 7/8 november 2020
Vandaag gaat het over wachten en bereid zijn te wachten. Dit is een woord dat niet alleen toen van toepassing was.
Vandaag gaat het over wachten en bereid zijn te wachten. Dit is een woord dat niet alleen toen van toepassing was.
Daags na het feest van Allerheiligen vieren we de gedachtenis van Allerzielen. We herinneren ons de namen van onze dierbaren van het afgelopen jaar, we bidden voor hen en we bidden voor al degenen die hen moeten missen. We horen troostende woorden en vinden bemoediging in het geloof dat zij thuis mogen komen bij God.
Vandaag houdt Jezus ons een spiegel voor. Welke wijsheid volgen we, is dat de wijsheid van de wereld of de wijsheid van God? Zijn Woord en Sacrament mag in ons het geloof, de hoop en de liefde op peil houden, zodat we het uithouden in de tijd van wachten.
Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand en gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Dit is de kern van het Evangelie van vandaag. We mogen God beminnen in het vieren van de Eucharistie en daarna naar huis om de naaste te beminnen met heel ons hart, met al wat we hebben en wat we zijn.
Geven is een belangrijk onderwerp in het Evangelie. Vandaag gaat het over het geven aan de overheid en het geven aan God. Het is een goede gelegenheid om na te denken over onze verhouding met de overheid en onze eigen houding in het geven. Nemen wij daarin zijn Woord en voorbeeld als richtsnoer.
We zijn hier samen omdat we zijn ingegaan op de uitnodiging van de koning voor de bruiloft van de zoon. Hier in de Eucharistie zijn wij gasten aan het bruiloftsmaal van het Lam. Straks zendt de Heer ons huiswaarts om nog meer mensen samen te brengen, zodat ook zij kunnen aansluiten bij het feest van de Emmanuel, God met ons.
Dit weekeinde horen we de parabel over de wijngaard van de Heer. Je kunt dan denken aan de vruchten van de oogst zoals op oogstdankdag, maar de gedachten van Jezus gaan uit naar de vruchten uit ons hart, vruchten van goedheid en liefde. De Eucharistie die wij vandaag mogen vieren is de vrucht uit zijn hart, vrucht van zijn liefde voor ons.
In het Evangelie spreekt Jezus over ja en nee. Door hem worden we ons bewust van Gods trouw en onze eigen kwetsbaarheid. In deze Eucharistie vieren we het ja-woord van God in Christus en mogen wij dit beantwoorden met ons ja; ons Amen.
God verlangt ernaar om goed te doen. Hij is vooral bekommerd om hen die het minder hebben getroffen. Dit laat Jezus ons vandaag zien met zijn parabel over de werkers in de wijngaard.
Het gaat vandaag over vergeving. Een lastig onderwerp en het wordt niet gemakkelijker als we Jezus daarover horen. Tegelijk gaat het over de kern van ons geloof. Daarom willen we zelf naderen tot hem die de bron is van vergeving.
Het gaat vandaag in het Evangelie om een bijzondere vorm van naastenliefde. Hoe corrigeer je elkaar? Dat is niet eenvoudig maar wel belangrijk. We gaan te rade bij Hem die ons voorgaat op de weg van de naastenliefde.
Hoe gaan we om met het lijden? Die vraag komt vandaag indringend naar voren. De weg die Jezus gaat is anders dan die van de wereld. Petrus heeft daar nog veel in te leren, net als wij.